Loenense waterval | 20 juli 2019

Het is zaterdag en de regen komt met bakken uit de hemel. We staan met de caravan op de camping bij Apeldoorn en de hele week hebben we prachtig weer gehad. Dat is nu wel anders. Als het water besluit onze voortent binnen te dringen haasten we ons om schoenen en etenswaren op de tafel en de stoelen te leggen. Gelukkig houdt dit onze vakantiespullen droog. Plotseling stopt het oorverdovende lawaai van regen op onze tent en blijft alleen het geluid van tikkende laatste druppels. Ik rits de deur open, zie de zon door de wolken breken, en weet gelijk “it’s photo time”!

De fiets brengt mij over de camping naar het bos en na een kwartier kom ik aan bij de Loenense waterval. Met een verval van 15 meter is dit de hoogste waterval van ons land. De kunstmatig aangelegde beek uit 1869 ontspringt in de bossen van het Schalter en bestaat uit twee delen, de Vrijenbergspreng en de Veldhuizerspreng, die ieder ongeveer zes kilometer lang zijn. Door de vele vertakkingen vormt zich geleidelijk een brede beek die bij de waterval naar beneden klatert.

Naast de waterval zie ik een bankje staan, dat net zijn laatste opgevangen druppels van de regenbui verliest aan de grond. De zonnestralen wringen zich door de boomtakken en weerkaatsen in de plas naast het bankje. Ik herken een mooi plaatje en stap van mijn fiets. Aangezien ik geen statief bij mij heb, hou ik de sluitertijd op 1/100s zodat ik uit de hand kan fotograferen. Ik wil het bankje op de voorgrond, en de bomen op de achtergrond, allebei scherp op de foto zetten, dus ik kies voor een kleiner diafragma. Verder dan F9 kan ik niet gaan, want de ISO moet ik al op 400 zetten om de Canon voldoende licht te laten vangen.

Ik let erop dat mijn standpunt hoog genoeg is om het tafelblad in beeld te houden, maar ook voldoende laag blijft om de weerkaatsing van het licht in de plas te vangen. Verder wil ik de de somberheid van het moment vlak na een regenbui als ook de doorbrekende zonnestralen terug zien op de foto. Bewust begin ik met een onderbelichting, maar natuurlijk maak ik meerdere foto’s waarbij ik telkens het diafragma een tikje wijder of nauwer instel. Terwijl ik geconcentreerd probeer het plaatje te schieten gilt een voorbijfietsende vrouw dat ze beslist niet op de foto wil. Verstoord kijk ik op en constateer dat ze daar niet bang voor hoeft te zijn.

Als ik klaar ben stap ik weer op mijn ros en fiets met een omweg terug naar de camping. De lucht ruikt zo fris als na een onweersbui. Vol energie kom ik aan bij de camping en geef mijn Macbook de sporen om de foto’s van de camera te plukken. Al snel bevestigt Lightroom dat de foto is gelukt.

Wat zou ik de volgende keer anders of beter willen doen?

  • gebruik van een groothoeklens, zodat ik iets verder kan gaan dan 18mm
  • fotograferen vanaf een statief
  • iets betere compositie aan de linker- en rechterkant
Using Format